28 maart 2017

Lied van de week: week 13 - 2017

Change - Rhea


Het zestal Rhea zorgt deze week voor het lied van de week, de fijne single Change. Die kan je hier kopen of beluisteren.

27 maart 2017

Aankondiging: Ogentroost in de AB


Op 9 april programmeert het Gentse label Consouling in de AB, in het kader van het BRDCST-festival, Ogentroost, een programma met zelfs een mini-opera. Als curator mocht Mike Keirsbilck immers een affiche samenstellen en met Empusae (dat dan zijn album Lueur zal voorstellen), CHVE (Colin H. Van Eeckhout van Amenra), A-Sun Amissa, Treha Sektori en de samenwerking tussen Barst en percussioniste Karen Willems (van o.m. Inwolves) is dat al indrukwekkend. Voeg daar ook nog eens de mini-opera Medeamaterial aan toe met Innerwoud en Astrid Stockman en de kers ligt mooi bovenop de taart.
In dit interview met Gonzo Circus kan je lezen wat het opzet is. Kaarten kan je onder meer hier bestellen. Beluister hieronder ook de mixtape die bij dit programma hoort:

23 maart 2017

Lied van de week: week 12 - 2017

Lang leve België - Froze


Froze is een Gentse rapper die oorspronkelijk uit de stal van Rauw En Onbesproken komt en intussen tekende bij Top Notch. Zijn EP Desalniettemin is uit en daaruit komt Lang leve België, een song die eerst nogal zeemzoeterig begint maar uiteindelijk de kritiek niet spaart en daarmee zich verheft boven het gemiddelde.

Je kan de EP Desalniettemin hier kopen of beluisteren.

22 maart 2017

Dool


Een tip vragen aan de eigenaar van de platenwinkel, het loont al eens de moeite. Toen ik vorig weekend naar Consouling ging in Gent, kreeg ik op basis van mijn toch eerder vage vraag deze mooie tip: Here now there then van Dool. Ik mocht al even kort luisteren in de winkel, kocht deze tip (uit alle andere tips die ik kreeg) en heb me dat nog geen moment beklaagd.
Het Nederlandse vijftal maakt occulte metal, al klinkt dat in dit geval vooral als eighties muziek naar mijn smaak. Er hangt inderdaad iets dreigends en donkers over de songs, zoals al meteen blijkt uit de lange opener Vantablack. De band neemt meer dan tien minuten de tijd om deze song zich te laten ontwikkelen. Opvallend (en niet altijd het geval bij metal) is de mooie zangstem van Ryanne van Dorst. 
Die opener mag tellen als statement met zijn meer dan 10 minuten, ook de andere songs mogen er zijn. Golden serpents begint als iets van Monster Magnet om zich dan te vervellen tot een heel melodieuze lap eighties rock. Die bijna expliciete muzikale verwijzing naar dat mythisch decennium hoor je ook in In her darkest hour en Oweynagat. En er zijn nog voorbeelden te vinden...
De teksten zijn doordrenkt van een eerder pessimistisch wereldbeeld waarop het altijd wachten is op onheil, op persoonlijk of breder vlak. Vrolijk stemmen ze allerminst. Dat is geen reden natuurlijk om niet van deze plaat te kunnen genieten. Er is immers zoveel goede muziek over lelijke of triestige dingen, soms ligt de schoonheid nog het meest in het kwade, in het lelijke, in het ongeluk,...

Je kan het volledige album hieronder beluisteren:

20 maart 2017

Xiu Xiu


Al sinds ik de band leerde kennen, ben ik helemaal weg van het unieke plaatsje dat Xiu Xiu inneemt in het muzieklandschap. Je kan je dus voorstellen hoe blij ik ben dat er alweer een nieuw album uit is: Forget.
Het had een hiphopalbum kunnen zijn, zoals openingsnummer The call begint. Er zit ook een vleugje Senser in... Nog zo'n song die flirt met andere genres die je niet meteen verwacht bij Xiu Xiu is Jenny GoGo, een soort industrial met zware new wave-invloeden. Het muzikaal universum van de band is sowieso heel divers en de grootste herkenbaarheid haalt Xiu Xiu uit de zang, waardoor je nummers als Hay choco bananas en Petite meteen aan hen gaat toeschrijven. 
Deze plaat is een allegaartje dat meerdere luisterbeurten vraagt om de interne samenhang te ontwaren maar wie dat geduld kan opbrengen, wordt ruimschoots beloond.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren:


19 maart 2017

Democrazy concert: The Black Heart Procession (voorprogramma: Sam Coomes)


Het zal intussen al zo’n decennium zijn dat bands met het idee op de proppen kwamen om concerten te geven waarop ze een plaat integraal spelen. Niet zelden betreft het dan ofwel hun debuut ofwel hun meest succesvolle plaat, zij het commercieel of artistiek. Het statement dat daarmee gemaakt dient te worden, is niet altijd even duidelijk. We vermoeden dat een vorm van nostalgie nooit veraf is voor de muzikanten zelf. Hoe dan ook zijn zulke tournees vaak een schot in de roos. Precies dat concept bracht The Black Heart Procession op uitnodiging van Democrazy naar de Gentse Handelsbeurs.


De vroege concertganger kon vanuit de comfortabele pluche zetels die de Handelsbeurs besloten had te installeren, op gang komen met Sam Coomes. Samen met Janet Weiss, drummer bij Sleater-Kinney, vormt hij normaal het popduo Quasi. In augustus vorig jaar bracht hij zijn solodebuut uit. Wat we te zien en horen kregen, was een verbluffend optreden dat eerder als geinig dan als echt goed te omschrijven valt. Met vervormde stem speelde hij zijn liedjes op een keyboard dat ook al door de effectenmolen gehaald werd zodat het klonk als een aftands Hammondorgel uit de kringwinkel. Hij liet zich ook begeleiden door een drummachine. De set vervelde van burleske, Kurt Weill-achtige composities over spacey Spiritualized-geïnspireerde psychedelica tot wereldverbeterende John Lennon-liedjes met een hoop Connan Mockasin-allures.


"Fifteen feet of pure white snow", zo bezong Nick Cave ooit ingesneeuwde mensen. Hoewel we net de voorlopig warmste en zonnigste dag van het jaar achter de rug hadden, voelde het vanaf de eerste noten van The Black Heart Procession alsof we ons goedschiks of kwaadschiks in zo’n lot moesten schikken. Ware het niet dat de metafoor “als een warm dekentje” voor songs als deze zo versleten is als het paar wandelschoenen waarmee een Noor de tocht naar Santiago de Compostela aflegde, we zouden The waiter zo kwalificeren. Met enkel een met de strijkstok bespeelde zaag, een viool, een accordeon en zachte toetsen op de piano gaf het viertal op het podium ons zulk een warm en behaaglijk gevoel dat de in de muziek hoorbare scherpe, koude wind ons niet kon deren. Bijna geloofden we echt dat zij onze enige bescherming waren tot de Sint-Bernardhonden ons zouden bevrijden. Naadloos vloeide de muziek over in The old kind of summer.
Afwisselend in blauw en rood licht nam de band de tijd om hun debuut 1 uit 1998 te brengen. Dat schakelde voortdurend tussen rustige nummers en vaak door de gitaar gedragen meer up-tempo songs. Tot die laatste categorie behoorde onder meer Release my heart, waarop menige voet van het zittende publiek meebewoog. Opvallend was hoe melodieus en eenvoudig ze klonken. Blue water – black heart vormde op die manier een van de hoogtepunten met een refrein waarop je je ‘s anderendaags betrapt dat je het nog loopt te neuriën. Tussen die balancerende en tegen elkaar uitgespeelde songs is The winter my heart froze, een instrumentaal intermezzo van nog geen minuut, een speels accentje. Wij hoorden er alvast de hand van Danny Elfman in, ook in het erop volgende Stitched to my heart. Het half luchtige, half griezelige pianospel werd omstuwd door klanken die de snijdende wind van eerder nog aanwakkerden.
Toen de plaat integraal gebracht was, riep het publiek middels luid applaus de band terug het podium op. Het dilemma waarmee de muzikanten zich bij zo’n concept geconfronteerd zagen, is natuurlijk wat je als bisnummers moet spelen. Toen Pall Jenkins ons na het eerste toegift voor het eerst toesprak, legde hij dit vraagstuk voor en verklaarde hoe zij uiteindelijk gekozen hadden voor de publiekslieveling A cry for love en het hen in deze vreemde (politieke) tijden toepasselijk lijkend The war is over. Vooraleer we nog een derde song als afsluiter kregen, vertelde hij over hoe het duo dat de kern vormt van de band opgroeide in San Diego, nabij de Mexicaanse grens en hoe zij en hun Mexicaanse vrienden verontrust zijn door de plannen van Trump mensen te scheiden middels een muur. Die woede leidde tot een nieuw nummer, Borders, dat het verhaal vertelt van een immigrant. Naast de bijval en de sympathie die het hen opleverde, bleek het na de laatste noten ook de aanleiding voor een staande ovatie.


Setlist:
  1. The waiter
  2. The old kind of summer
  3. Release my heart
  4. Even thieves couldn't lie
  5. Blue water - black heart
  6. Heart without a home
  7. The winter my heart froze
  8. Stitched to my heart
  9. Square heart
  10. In a tin flask
  11. A heart the size of a horse
    ----------------------------------
  12. A cry for love
  13. The war is over
  14. Borders
Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

15 maart 2017

Lied van de week: week 11 - 2017

Underspoken - Low Land Home


Hier berichtten we al over de nieuwe groep van Jo Geboers, ex-bassist van Bearskin en Astronaute, die we ook live aan het werk zagen op Zebrawoods. Low Land Home heeft nu een eerste single uit en die belooft het beste voor de EP die in april verschijnt.

Dit nummer zal ook terug te vinden zijn op de gelijknamige EP die op 21 april uitkomt. Van zodra de Bandcamp-pagina van de band online komt, zal je hem daar kunnen bestellen.

Lyrics:

You step inside this room
To hide away your burden from the sun
Leave me here, I’m partly broken
Leave me here I’m underspoken, too
 

The bright light led my fear away
From where it’s supposed to be
Leave me here
The bright light scared away
Oceans drift apart for me to stay
The common in this room
 
What is this
What is left of me is this
Waves upon the shore
It’s broken
Bring them back where they were spoken too

The bright light led my fear away
From where It’s supposed to be
Leave me there
The bright led scared away
Oceans drift apart for me to stay
The humming in this room
The humming in this room
The humming in this room
The humming in this room
The humming in this room
The common in this room
The common in this room

The bright light scared away
The bright light scared away
The bright light scared away
The bright light scared away
The bright light scared away
The bright light scared away
The bright light scared away
The bright light scared away

08 maart 2017

Lucy And The Birds


Lucy And The Birds is de nieuwe band van Elke Buyneel, die Lize Accoe opvolgde als frontvrouw bij DeLaVega. Er was eerder al een titelloze EP en begin dit jaar verscheen dan het debuutalbum Stories in between.
Wat meteen opvalt, is de jazzy inslag van de plaat. A song called Mary bijvoorbeeld klinkt als het soort easy listening jazz dat ik best wel kan pruimen op een luie zondagnamiddag. We hebben het dan overigens niet over de moeilijke jazz waarmee mijn beste vriend vast veel meer vertrouwd is dan ik, maar met soort dat doorsijpelt tot in het repertorium van popbands als Hooverphonic. Toch kan Lucy And The Birds ook scherper uithalen, zoals in In a heartbeat, waarvan het me verwondert dat dit niet vaker te horen is op bijvoorbeeld Studio Brussel. Deze band misstaat immers niet tussen Lady Linn, Arsenal, Noemi Wolfs, Buscemi en Vaya Con Dios.
Afsluiter Not alone doet me dan weer heel sterk denken aan Tori Amos, ook al omdat de zangeres voornamelijk door de piano begeleid wordt. Het duet Closer met bassist Steven Van Loy is een perfecte evenwichtsoefening tussen de stemmen van beide geslachten. En zo meandert de hele plaat van stemming naar stemming, zonder de luisteraar te bruskeren.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren:

Lied van de week: week 10 - 2017

Afro trap part 8 (never) - MHD


Franse hiphop, dat hebben we hier nog niet eerder gehad. Het is dankzij de plonsjes van Indiestyle dat ik kennis maakte met deze song, die me meteen voor zich won. MHD is een Parijzenaar met Afrikaanse roots die ze ook duidelijk laat doorklinken in zijn muziek. Daarbij komt hij op deze song dicht in de buurt van de grime.

Je vindt de song op zijn titelloze plaat uit 2016, die je hier kan beluisteren op Spotify.

Lyrics:

[Couplet 1]
L'espoir fait vivre, j'suis pas du côté des victimes
Allô Naké, il est temps d'péter un fond d'commerce
Faut du liquide, du liquide
Belek, suis quand ça débite
Zieute mon flow quand j'dab
Et j'suis le meilleur comme d'hab
Fou, guette mes shoes
J'leur ai mis une distance, on me rattrape pas
J'suis au corner, 6 dans l'dos, j'ai la bonne pioche
Surveille tes arrières quand ça ricoche
J'suis sur tous les terrains comme la Pogbance
Laisse-moi faire, j'suis dans ma bulle
J'suis dans tous les plavons, viens on prend l'affaire
Follow me, faut qu'on s'arrange
Et dans l'game c'est MHD qui dérange

[Refrain]
Rien dit, rien entendu, rien vu, never
Tu m'détestes ? C'est réciproque
Un selfie ? Never
Un style, un prince
Tu veux être moi ? Never
Quand j'dab, tu likes
On s'follow ? Never

[Couplet 2]
Christian Dior sur l'nez
J'vois en noir et blanc comme à l'ancienne
Tout est clean, tout est frais, tout est opé
J'connais pas ces rappeurs, c'est eux qui me connaissent
Le daron veut du blé, de loin il voit que ça récolte
J'ai un disque d'or dans mon salon
Et l'autre en platine près de la cuisine
Maman s'inquiète pour mon avenir
J'lui ai dit que je voulais faire que du business
Elle a peur pour moi quand j'dois sortir
C'est la prière qui me sauve, pas les grigris
Stop, j'ai besoin d'air, j'suis pas chanceux
J'ai pas ché-la même quand j'étais derrière
DJ repeat, fuck les envieux
Deuxième projet, j'vais péter des molaires

[Refrain]
Rien dit, rien entendu, rien vu, never
Tu m'détestes ? C'est réciproque
Un selfie ? Never
Un style, un prince
Tu veux être moi ? Never
Quand j'dab, tu likes
On s'follow ? Never

[Pont]
Ils veulent me dire j'suis qu'une étoile parmi d'autres
Sur le terrain y'a pas d'arbitre, à qui la faute ?
J'me pavane dans la zone mais ma place est sur le trône
Couronne sur la tête, la Moula Gang poursuit sa quête

[Refrain]
Rien dit, rien entendu, rien vu, never
Tu m'détestes ? C'est réciproque
Un selfie ? Never
Un style, un prince
Tu veux être moi ? Never
Quand j'dab, tu likes
On s'follow ? Never

06 maart 2017

De Zwerver-concert: Strand Of Oaks (voorprogramma: Jason Anderson)


Zaterdagavond ging ik (eindelijk) nog eens naar een concert. In De Zwerver in Leffinge ging ik met vrienden kijken en luisteren naar Strand Of Oaks, de band van Timothy Showalter die ik al eerder aan het werk zag in Trix en op Pukkelpop. Er bleken onder het publiek nog meer bekenden en vrienden aanwezig. Het was overigens ook een klein beetje met een bang hartje, want 's mans nieuwste album, Hard love, viel me wat tegen (zoals je hier kan lezen). Anderzijds hadden sommigen me al verzekerd dat zijn concert in de AB eerder in de week werkelijk groots was.



Het voorprogramma werd verzorgd door Jason Anderson, die trouwens door Timothy Showalter zelf werd voorgesteld. Hij bleek intussen ingelijfd bij Strand Of Oaks, maar mocht met zijn solo-muziek de zaal opwarmen. Nu ja, of hij daar veel toe bijgedragen heeft, is me toch een raadsel. Zijn sobere arrangement (gitaar en/of keyboards) bij zijn teksten die veel herhaling bevatten en weinig om het lijf hadden, maakten die songs vooral erg inwisselbaar en eigenlijk ronduit zwak.



Al vroeg in de set verraste Strand Of Oaks met psychedelische uitvoeringen van Shut in en Taking acid and talking to my brother, waardoor mijn vrees al wat weggenomen werd. Die lekkere psychedelische saus overgoot immers zowat de hele set en maakte dat ook de nieuwe songs er beter uit kwamen. En bovenal is er het enthousiasme en de pure, échte spelplezier van een man die zwarte sneeuw heeft gezien en nu alsnog zijn droom leeft. Het werkt zo aanstekelijk dat ik alvast me niet al te erg stoor aan de soms wat predikantachtige stijl die hij hanteert (al weet ik dat sommigen dat wel doen). Verder in de set hoorden we heel mooie versies van Radio kids, Heal en Everything. Daarbij viel vooral ook de essentiële rol van de bassist op die heel vak met goeie riffs de basis legde voor een song om dan stilletjes op de achtergrond te verdwijnen en van daaruit toch de songs te blijven dragen.
In de bisronde kwamen eerst Timothy en Jason Anderson alleen terug voor een niet echt beklijvend Cry, op plaat ook al één van de mindere song. Dat werd echter daarna goed gemaakt met de twee beste nummers van de avond: de ode aan Jason Molina, JM, en de grootste hit waarmee het succes in 2014 ook een aanvang nam, Goshen '97.



Setlist:

05 maart 2017

Tinariwen


Woestijnblues, zo noem ik (maar ik haal de term vast van iemand anders) de muziek van Tinariwen. Wat de zevenkoppige band uit Mali de wereld voorschotelt op hun platen, laat horen hoe diep de blues geworteld zit in Westafrikaanse tradities, wat ik overigens al wist sinds ik Ali Farka Touré ontdekte. Ze hebben net een nieuwe plaat uit, Elwan, waarop in enkele nummers enkele westerse artiesten hun medewerking verlenen, zonder in het heldere licht van de Berbers te gaan staan. Tinariwen blijft de ster van dit album.
Zo hoor je in opener Tiwàyyen amper dat Kurt Vile en Matt Sweeney meedoen. Beide artiesten komen later nog terug op het album. Kurt Vile doet dat samen met Mark Lanegan in Nànnuflày. Daarin hoor je de zanger, maar ook hij beheerst zich en laat de eer toch vooral aan de Berbers. Voorts is het op deze plaat vooral genieten van de zalige relaxed sfeer en de betoverende klanken, zoals in Hayati en het zeer rustige Arhegh ad annàgh.
Tussen de gitaarplaten en de danceklanken die vaak mijn huiskamer bevolken, is deze plaat een welkome afwisseling, die terugvoert naar de bron van heel wat mooie muziek en tegelijk absoluut niet (ver)oud(erd) klinkt.
Je kan het volledige album hieronder beluisteren:

04 maart 2017

Strand Of Oaks


Goh, wat een goeie plaat was Heal van Strand Of Oaks. Ik herinner me nog heel goed hoe verzot ik erop was. Wiens geheugen zich minder bezighoudt met wat mij wel of niet behaagt, is er gelukkig ook nog deze blogpost waarin ik het allemaal haarfijn uitlegde. Het album hield de belofte in dat Strand Of Oaks zelfs nog groeimarge had. En dus keek ik heel erg uit naar het nieuwe album, Hard love, dat onlangs verscheen. En kocht ik een kaartje voor zijn optreden (mijn verslag daarvan mag je één van de komende dagen verwachten).
Wat is het dan ook zo jammer dat de opvolger zo hard tegenvalt... Op heel wat songs raakt Timothy Showalter niet verder dan middelmatige rock(ballads) (Salt brothers, On the hill, Cry, Rest of it,...). Vooral de trage nummers zijn duidelijk niet zijn forte. Wel goed zijn Radio kids, een vrolijke meezinger die een beetje aansluit bij het meest toegankelijke van Dinosaur Jr, en Taking acid and talking to my brother, dat twijfelt tussen Buffalo Tom en iets rustigs van de vroege Smashing Pumpkins.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren:

Star Club West


Twintig songs op een plaat stansen, doet iemand dat werkelijk nog? Natuurlijk draaien ego’s als Kanye West en Drake er hun hand niet voor om. Sympathieke rockbandjes houden het daarentegen liever wat bescheiden. De Limburgers van Star Club West vormen daar de spreekwoordelijke uitzondering op: op hun vorige plaat My ill women stonden 21 liedjes, het nieuwe NIN bevat er slechts eentje minder.
De band ontstond uit een brokstuk van het uiteengevallen Orange Black. Dat lijkt een trivia-weetje als je voorbijgaat aan de muzikale verbinding die tussen beide bands bestaat. De muziek die ze toen, onder meer met Dieter Sermeus (The Go Find) en Aldo Struyf (Millionaire) maakten, heette nog gewoon lo-fi. De productie op NIN mag dan al een pak beter klinken, de feel van de toenmalige platen klinkt erg goed door in nummers als Tit city of There is comfort. Achteloze gitaren met als een oud deken daaroverheen gedrapeerd warme stemmen; het lijkt ook nu nog steeds het handelsmerk van Star Club West. Dat de technologie ontdekt werd, is duidelijk merkbaar in de vele geluidseffecten die doorheen de songs geweven worden.
Deze plaat klinkt alsof ze door de vier heren eventjes snel op een home studio is opgenomen, en de producer en de bandleden elk knopje wilden proberen. Are we heavy gaat gebukt onder de stempel van Daft Punk met de vervormde stem. Je hoort echter dat de instrumenten een heel ander pad uitwandelen. Klopje bevat samples van alledaagse geluiden die zo vertrouwd klinken dat we ze niet altijd even goed thuis kunnen brengen. In Spaniels worden de gitaren mishandeld alsof het gevangenen in Guantanamo Bay betrof en iemand vond nog een kerkorgel én -koor om Teach me thy way, oh Lord uit te bouwen tot een Sonic Youth-cover van een Vlaamse gospelzang. Aan variatie dus geen gebrek op NIN.
De hamvraag is natuurlijk of al dat vrolijk ronddartelen in de muzikale speeltuin ook een interessante plaat oplevert of slechts een verzameling bekoorlijke liedjes. Eenduidig antwoorden is niet eenvoudig. Je krijgt geen coherente plaat voorgeschoteld die een verhaal vertelt. Anderzijds zijn het geen losse flodders of toevalstreffers die je richting uitkomen. Als we dan toch een vergelijking van stal moeten halen om uit te leggen wat dit album oplevert, wenden we ons tot het weer, dat onderwerp waarmee je elk gesprek op gang krijgt. NIN is als de verkwikkende stortbui op een zomerdag. Het maakt niet uit of de druppels groot of klein zijn, warm of koud, je krijgt gewoon alles in één keer over je uitgestort. Soms geniet je nog het meest als je het allemaal maar gewoon laat gebeuren.

Je kan deze review ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:

03 maart 2017

Lied van de week: week 9 - 2017

Ballad of the dying man - Father John Misty


Wanneer Father John Misty een nieuwe single uitbrengt, is dat hier ten huize altijd reden om met een gelukzalige glimlach rond te lopen. Ik kijk dan ook erg uit naar de nieuwe plaat, maar eerst is er dus deze single.

Je vindt dit nummer op Pure comedy, het nieuwe album dat verschijnt op 7 april en dat je hier alvast kan bestellen.

Lyrics:

Naturally the dying man wonders to himself:
Has commentary been more elusive than anybody else?
And had he successfully beaten back the rising tide
Of idiots, dilettantes, and fools
On his watch while he was alive
Lord, just a little more time


Oh, in no time at all
This'll be the distant past
Ooh


So says the dying man once I'm in the box
Just think of all the overrated hacks running amok
And all of the pretentious, ignorant voices that will go unchecked
The homophobes, hipsters, and 1%
The false feminists he'd managed to detect
Oh, who will critique them once he's left?


Oh, in no time at all
This'll be the distant past


What he'd give for one more day to rate and analyze
The world made in his image as of yet
To realize what a mess to leave behind


Eventually the dying man takes his final breath
But first checks his news feed to see what he's 'bout to miss
And it occurs to him a little late in the game
We leave as clueless as we came
For the rented heavens to the shadows in the cave
We'll all be wrong someday


Oh
Oh
Oh

02 maart 2017

Gelezen (99)

De stille Amerikaan - Graham Greene


Graham Greene beschrijft het wedervaren van een Brits journalist in Vietnam toen de Fransen er het nog voor het zeggen hadden en de Amerikanen al achter de schermen zich begonnen te mengen in het conflict, zijn vriendschap met een Amerikaan die clandestien meewerkt aan de Amerikaanse inmenging en zijn liefde voor een Vietnamese. De verhaallijnen van de oorlog, van de vriendschap (en het verraad) en van de liefde zijn mooi verweven en dat is precies wat dit boek tot een klassieker verheft: het particulieren en het historische vormen tevens het decor voor het universele. Prachtig boek!

Player one - Douglas Coupland


Net als in Girlfriend in a coma van dezelfde auteur, brengt Douglas Coupland ook hier weer enkele personages samen die een apocalyptische gebeurtenis meemaken, al wijst aanvankelijk niets daar op. Het is voor de schrijver de aanleiding om vrijelijk te denken over identiteit, bewustzijn, het specifieke van de mens, tijd en tijdsbeleving en nog wel wat meer filosofische onderwerpen. Soms duren die passages net iets te lang, maar meestal dendert het verhaal, verteld vanuit vijf perspectieven, goed voort.

Twee levens - Stefan Brijs


Natuurlijk is dit bijlange niet zo goed als De engelenmaker, een roman waarin Stefan Brijs wel de tijd had om zijn personages verder uit te werken en de plotlijn langzaam te laten ontwikkelen en het tempo te laten volgen dat de lezer meesleept. Dit korte boek bevat twee verhalen over eenzelfde moment (kerstavond 2000), verteld vanuit twee perspectieven (van buren).
Het eerste verhaal, verteld door een jonge man, klinkt heel herkenbaar en houdt de vaart er voldoende in. Het tweede verhaal, van de oude buurvrouw wiens man vijf jaar voordien overleed, mist die vaart omdat de stukken muziek (waarvan de tekst voortdurend geciteerd wordt) er veel te veel tussenkomen. Bovendien loopt dit nogal voorspelbaar af.
Jammer dus, al bevat het boekje nog genoeg goede elementen om de kwalificitie "wel ok" mee te krijgen...

01 maart 2017

Every Stranger Looks Like You


Brakel is voor velen niet meer dan een vaste passage tijdens de Ronde van Vlaanderen én de thuisbasis van Herman (en intussen ook zoon Alexander) De Croo. De parel der Vlaamse Ardennen staat daarentegen bij weinigen bekend als een bruisend epicentrum van grunge of post-hardcore. Daar hoopt het driekoppige Every Stranger Look Like You verandering in te brengen met hun debuutplaat Bluest shade of black.
Na de vijftig tinten grijs zit vermoedelijk niemand meer echt te wachten op nog een les kleurenleer. Het Oostvlaamse trio trekt ons toch over de streep met rauwe muziek die ons rood van opwinding, witheet van de kolkende energie en ook wel een beetje groen van jaloezie maakt. En dan zijn blauw en zwart nog niet aan de orde geweest... De stembanden van Tim lijken wel aan flarden gescheurd te worden als lappen vers vlees in de muil van een hongerige wolf. Zoals het een grungeband betaamt, vormen de gitaar, bas en drums een harmonieus en afwisselend samenspel van verpletterend hard en melodieus. Zo doet Shards ons onwillekeurig denken aan de vroege Soundgarden en Half of me half the time is Mother Love Bone op amfetamines.
Wie denkt een nostalgische trip enkele richting jaren negentig te kunnen maken, onderschat de stevig geplante voeten van de band in de hedendaagse modder van de door wielertoeristen zo beminde heuvels. De intro van Salt had Nine Inch Nails kunnen zijn door een gehaktmolen van het standaard techno-instrumentarium gehaald. Hoe het combo erin slaagt dat geluid te krijgen met slechts de drie oerklassieke rockinstrumenten, is ons een raadsel. Af en toe zit de band gewoon op de bandwijdte van de metal (Ouroboros of Self-portrait, 2016). Eerder dan woede is wanhoop de drijvende kracht. Die wanhoop klinkt zelfs als het onvermijdelijk in het diepst mogelijk gat vallen op (no) Future friends. Gelukkig valt er toch nog soms eens een tweede adem te halen met songs als Catharsis (Self-help) (enkele weken geleden nog lied van de week). De zelfmoordcijfers in Vlaanderen zijn zo al hoog genoeg, Every Stranger Looks Like You.
Bluest shade of black is geen album voor doetjes. Niet enkel je trommelvliezen dienen tegen het één en ander bestand te zijn, ook je ziel vereist de capaciteit krassen te verdragen. Zich verdiepen in de lyrics gaat je wereldbeeld niet rooskleurig(er) maken en net als bij Nirvana bekruipt je het gevoel dat al dat moois de natuur nabootst die de giftigste planten camoufleert met de aanlokkelijkste kleuren. Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze kleurenleer: het felste blauw verbergt het diepste zwart.

Deze recensie verschijnt eerstdaags ook op Indiestyle. Je kan dit album bestellen bij de band zelf via everystrangerlookslikeyou@gmail.com of via deze link. Beluister het volledige album alvast hieronder:

28 februari 2017

Twintig parels per maand: februari 2017


Een korte maand, februari, dat is waar. Toch mag me dat niet beletten opnieuw twintig parels met jullie te delen.
  1. Ik wil alleen maar zwemmen - Spinvis: Spinvis was vorige week nog de leverancier van het lied van de week en op dezelfde plaat Omnibus staat ook dit prachtige lied
  2. Aeneas nu - Boudewijn De Groot: Nacht en ontij is een plaat die op de hoes wat doet denken aan het debuut van Black Sabbath en dat de B-zijde het 25 minuten durende Heksen-Sabbath deel 1 en 2 bevat, maakt duidelijk dat dit een buitenbeentje is in 's mans oeuvre
  3. Brand - The Scene: uit het succesvolle album Blauw komt deze wat minder bekende single
  4. In the art of stopping - Wire: in 2003 wist deze legendarische band opnieuw te verrassen met het geweldige album Send waarvan dit het openingsnummer is
  5. That's when I reach for my revolver - Mission Of Burma: ooit gecoverd door Moby in zijn (korte) punkperiode maar dit is het origineel
  6. Four corners - The Sea And Cake: deze band gaat nooit echt bekend worden, maar af en toe eens proeven van hun muziek kan voor niemand kwaad
  7. The green green grass - The American Analog Set: hun plaat Set free uit 2005 beluister ik eigenlijk veel te weinig en als je deze song hoort, kan je dat alleen maar betreuren
  8. Sorry sorry - Femi Kuti: in de voetsporen van zijn vader maakt ook Femi Kuti erg mooie platen
  9. Samba - King Sunny Ade: nog meer Afrikaanse muziek
  10. Where's your head at - Basement Jaxx: een regelrechte floorfiller uit 2001
  11. We don't care - Audio Bullys: twee jaar later kwamen Audio Bullys met dit op de proppen, ook altijd goed om de dansvloer te vullen
  12. I see you baby (Fatboy Slim radio edit) - Groove Armada: en nog ééntje om het af te leren, uit 2004
  13. Veronica - Elvis Costello: dankzij de leuke clip op MTV was dit mijn eerste bewuste kennismaking met Elvis Costello
  14. Love is a burning question - Graham Parker: samen met een vriendin zag ik Graham Parker ooit eens live in de AB, dankzij kaarten die ik had gewonnen via Humo. Het was een bijzonder en verrassend optreden van een man die ik toen nog niet echt kende
  15. The answer - Garland Jeffreys: natuurlijk is zijn bekendste nummer Matador, maar deze song en Hail hail rock 'n roll zijn mijn favoriete singles van deze artiest
  16. Doll parts - Hole: Courtney Love is vooral bekend als de weduwe van Kurt Cobain hoewel ze met haar eigen band toch wel minstens één goed album heeft uitgebracht, Live through this, waarop dit nummer terug te vinden is
  17. Bluebell - Babes In Toyland: ongetwijfeld een inspiratiebron voor Courtney Love was deze band. Deze song staat op Fontanelle uit 1992
  18. Untrust us - Crystal Castles: de opener van dit titelloos debuut uit 2008 is uw aandachtige oren meer dan waard 
  19. Heartbeats - The Knife: The Knife zou later een band blijken die de risico's niet schuwt. Deze song werd hun grootste hit, geheel terecht overigens...
  20. Alala - CSS: deze Brazilianen mogen deze maand het rijtje afsluiten
Beluister hieronder de volledige afspeellijst:

26 februari 2017

Lied van de week: week 8 - 2017

Hallo maandag - Spinvis


Spinvis staat altijd garant voor poëtische muziek én teksten. Hij lijkt een gewone jongen uit de straat, amper opmerkelijk te noemen. Hij is eerder de ideale schoonzoon dan de rock 'n roll-rebel. Het is dan ook heuglijk nieuws dat er een nieuw album uit is (al is dat dan een verzamelaar), Omnibus, en dat hij terug een theatertournee doet (Trein / Vuur / Dageraad). Dit is de openingssong eruit en ook een single waarvoor weer zo'n mooie clip gemaakt werd.

Je kan het album Omnibus hier streamen of downloaden.

Lyrics:

Hallo halte, hallo flat,
hallo namen bij de bel, hallo kamer, hallo bed,
hallo daar, kom maar met de rest
beelden van een kampioen
en dan een pretpark en een vrouw, die iets verkoopt
ik weet niet wat
en dan een kind dat niemand wou
oud en dom, maar alles went
en boven maandag is het grijs
denk ook voor jou, waar je ook bent
mensen komen, mensen gaan
wat is gezegd, wordt altijd waar
wat is geweest, heeft nooit bestaan


Hallo maandag, hallo mei,
hallo uitzicht, hallo tijd
draag mijn kleren, neem mijn hart
welkom weemoed, welkom storm
welkom schaduw op de grond van wat nog moet en zal
en alles wat nog komt...


Er wordt een huisraad opgehaald
10.000 folders op de mat
van de dunne man, die met zijn hond, vaak op het winkelcentrum kwam
je wordt hier dagelijks gemist, je wordt dagelijks verwacht
je brieven worden goed bewaard, gelezen wat er niet in staat
er schuiven geesten door de gang
en wat ik verder ook probeer
het wordt niet minder, alleen maar meer
steeds meer sterren op mijn huid,
steeds meer beelden in een uur,
steeds meer stappen naar de muur


Hallo maandag, hallo mei,
hallo uitzicht, hallo tijd
draag mijn kleren, neem mijn hart
welkom weemoed, welkom storm
hallo schaduw op de grond van wat nog moet en zal en komt.


Hallo maandag, hallo mei,
hallo uitzicht, hallo tijd
draag mijn kleren, neem mijn hart
welkom weemoed, welkom storm
hallo schaduw op de grond van wat nog moet en zal
en alles wat nog komt...

23 februari 2017

Retro review: Sinéad O'Connor


In 1990, het jaar waarin ik mijn eerste jaar aan de universiteit afrondde, begon ik muzikaal ook te ontbolsteren. Eén van de platen die heel veel voor me betekenden, was I do not have what I haven't got. Niet alleen was de Prince-cover Nothing compares 2 U de soundtrack bij de hevige crush die ik dat jaar had, maar ook de emotionele rauwheid van het album greep me toen al, hoewel ik de ware intensiteit ervan toen zelfs nog niet begreep.
Ik had geen idee van het zware leven dat de toen 24-jarige Sinéad O'Connor al geleefd had, doch dat hoeft niet om in vrijwel alle songs een zwaarte en ernst te horen die voor mij toen overweldigend was. Ook nu nog klinken de teksten te zwaar om te dragen door zo'n jonge vrouw, al slaagt Sinéad er wonderwel in de juiste toon te vinden. Of het nu om maatschappijkritiek gaat in Black boys on mopeds of het verscheurende einde van een relatie met iemand die je nog graag ziet (Last day of our acquaintance), telkens weet ze trefzeker details te bezingen die de smart en wanhoop voelbaar maken. Muzikaal wordt allemaal heel verteerbaar gemaakt door een productie die eigentijds (toen) was en clever opgebouwd. The emperor's new clothes is zo'n perfecte symbiose tussen een uitstekende popsingle en gefundeerde meningen die tonen dat hier iemand spreekt/zingt die weet waarover ze het heeft, gegoten in een overtuigende songtekst. En niemand (ook Prince zelf niet) slaagt erin Nothing compares 2 U zo helder te brengen dat elke noot en elk woord tegelijk breekbaar en beenhard klinkt. De clip onderstreepte dat bovendien ook nog eens perfect. Het tempo van de song is zo precies in zijn slepende traagheid dat je je als luisteraar net als het ik-personage helemaal aan stukken gescheurd voelt.
Het album eindigt met de a capella gezongen titelsong. Dat begreep ik toen absoluut niet, ik was ook niet echt a capella gewoon natuurlijk. De soberheid van het nummer, zo zie ik nu in, versterkt heel sterk de lyrics en dwingt de luisteraar alle aandacht te geven. Als afsluiter van een album waarop de teksten minstens even belangrijk zijn als de muziek, is dat een verdomde slimme zet geweest.

Beluister hieronder het volledige album (met uitzondering van het door Prince geschreven Nothing compares 2 U):

20 februari 2017

Matt Watts


Het doet nog steeds een klein beetje pijn dat niet meer mensen het fantastische Wayward wind dat Matt Watts met The Calicos maakte, beluisterden. Het is nochtans een muzikaal genot dat in 2013 amper overtroffen wordt, getuige mijn eindejaarlijstje dat jaar. Na Songs from a window een jaar later is er nu het nieuwe How different it was when you were there.
Van bij opener Time turns as an engine is duidelijk dat de folk die Watts brengt, zulk een diepgang heeft dat je meteen gedrenkt wordt in de zoete, zalvende sfeer. Het lijstje gastmuzikanten oogt overigens indrukwekkend: Stef Kamil Carlens (Zita Swoon Group, ex-dEUS), Nathalie Delcroix en Bjorn Eriksson (Eriksson Delcroix dus), Geert Hellings (Guido Belcanto), Maarten Moesen (Admiral Freebee) en bassist en producer van deze plaat Nicolas Rombouts (ex-Dez Mona). Het resultaat is een plaat die zich het best laat beluisteren onder een koptelefoon zodat alle details ongefilterd je oren binnendringen. De vocalen voelen dan nog meer aan als een lotion die verzacht. Joanne, een ode aan een vrouw waarvan hij nog houdt maar die hij verloor (als vriendin?), mag dan pijnlijk zijn voor wie naar de woorden luistert, de muziek is dan weer heel troostrijk.
Wat hou ik van de bassen die Your love is not your own schragen. Hier nog meer dan in de vorige songs zitten de kleine details zo verscholen dat mijn tip om door een koptelefoon te luisteren, loont. Het parlando bij aanvang van How many years dwingt ons de zetel in om te luisteren naar het verhaal. De dwingende kracht van de stem vertelt ons immers dat dit verhaal doordringend zal zijn en allerminst vrijblijvend. Op zijn vorige album vonden we al dat Matt Watts hengelde in de vijver waaruit Nick Cave zijn Murder ballads viste en dit keer lonkt de Amerikaanse Belg naar The weeping song. Dat deze artiest je echt zijn songs weet binnen te trekken, komt deels ook doordat hij er enkele malen voor kiest het aftellen voor de start van het nummer mee op plaat te zetten, zoals in Just one more man to be turned loose. Ook hier lijkt Matt Watts te zinspelen op een stukgelopen relatie, maar zoals hij in een interview enkele jaren geleden al aangaf, houdt hij ervan de realiteit te verdichten en wat hermetisch te maken voor de luisteraar.  
If we'll ever be here again vormt een prachtig rustpunt voor het oor, maar is voor de ziel een pijl die zo precies wonden maakt en laat pijnigen dat je er als luisteraar ongemakkelijk van wordt. Gevolgd door Things have surely changed, een al even hartverscheurend lied, worden we overweldigd door wat welhaast zeker een break-up album geworden is. Stiltes worden ook hier weer heel doelgericht gebruikt en zijn geen onderbreking maar eerder de kern van het nummer. 
Was pijn stilaan een constante doorheen de evolutie van het verhaal van deze plaat, dan is Days have come and gone onder meer door de lichtere toetsen die de gitaar aanbrengt een kleine schittering van hoop. Die hoop, broos als een edelweiss, zet zich door in Endless twisted root. Daarin sluimert opnieuw Nick Cave door en feitelijk ook Johnny Cash. Many a friend too kind, mee geschreven door Stef Kamil Carlens, is een samen-drinken-song van mannen onder elkaar die onder het mom van straffe verhalen troost bieden zoals enkel kerels dat kunnen: geen openlijk blootgeven van gevoelens maar wat ongezegd is, ongezegd laten en er toch op antwoorden.
Een waardig en sereen slot vormt Known thieves, dat drijft op een heerlijk basriedeltje (als we zulk een ogenschijnlijk oneerbiedig woord mogen gebruiken). Het lijkt of de zanger zijn catharsis gekregen heeft en ons op de valreep nog kan geruststellen: het komt uiteindelijk allemaal goed...

Het album is uitgebracht door Starman Records. Ze wordt verdeeld door Suburban/Bertus.

19 februari 2017

Lied van de week: week 7 - 2017

Bang bang - DJ Fresh vs Diplo featuring R. City, Selah Sue and Craig David


Deze week ga ik voor een onvervalste radiohit waarin dancehall-invloeden het hitpotentieel nog verhoogden. DJ Fresh en Diplo (van Major Lazer) laten zich bijstaan door R. City, onze eigenste Selah Sue en Craig David in wat al op papier een geheide hit moet zijn geweest. Ook de grappige clip smeekt om instant succes.

Je kan deze single hier streamen of downloaden.

Lyrics:

[R. City:]
Bang bang
You knock me down
I hit the ground
I can't get back up, ka-
Bang bang
You knock me down
I hit the ground
(Boomerang!)
Bang bang
You knock me down
I hit the ground
I can't get back up, ka-
Bang bang
You knock me down
I hit the ground
I can't get back up, ka-
Bang


Well they call me a murderer
If you let me get too close, I will be hurtin' ya
When I got you feeling good, by [?] you should
[?] criminal police like me do


[Selah Sue:]
I feel your heartbeat
Every day and every night, every night
And your love kills me
Kills me like a homicide, homicide
I can't live, can't breath
I just need you by my side, by my side
Cause your love kills me
Kills me like a homicide, homicide
Like a homicide



[R. City:]
Bang bang
You knock me down
I hit the ground
I can't get back up, ka-
Bang bang
You knock me down
I hit the ground


[Craig David:]
Bang, bang, hit the ground
It's a murder just to hear man down
Back it up like champion sound
DJ press rewind, come back 'round
Never thought that you would do me like that
After holding you down up in these streets
Especially as it was only last night
You were looking back at me in my sheets, yeah
It feels like nobody knows
Blood staining out my clothes, pulling me with such force
I never felt this before
When you pull out your gun and let the bullet go
Shoot in my heart and once I hit the floor


[Selah Sue:]
I feel your heartbeat
Every day and every night, every night
And your love kills me
Kills me like a homicide, homicide
I can't live, can't breath
I just need you by my side, by my side
Cause your love kills me
Kills me like a homicide, homicide
Like a homicide



[R. City:]
Bang bang
You knock me down
I hit the ground
I can't get back up, ka-
Bang bang
You knock me down
I hit the ground


Bang bang
Bang bang
Bang bang
You knock me down
I hit the ground
I can't get back up, ka-
Bang bang

18 februari 2017

Ryan Adams


Toegegeven: we wisten niet waaraan we ons op Ryan Adams’ nieuwste langspeler konden verwachten. Nadat hij twee jaar geleden 1989 van Taylor Swift volledig onder handen nam, waren de meningen van z’n fans verdeeld. Viel hij dan toch ten prooi aan het monster genaamd muziekindustrie of gaf hij Swift credibiliteit die ze volgens de die-hards niet verdiende? De lovende reacties op het eindresultaat staan dan wel overal zwart op wit, diezelfde soms snobistische fans zagen hun held van z’n sokkel vallen.
Die karikaturale Adams-fans slagen wellicht een zucht van opluchting wanneer ze Prisoner beluisteren. Sinds zijn begindagen bij Whiskeytown geeft hij mee vorm aan het alt-country genre, zij het solo, zij het in het gezelschap van The Cardinals. Hij roomde de zoetigheid van country af en zette de emoties en verhalen die het genre gemeen heeft met folkmuziek in de verf. Verwacht op dit album niets meer en vooral niets minder. Eerst geloste single Do you still love me biedt wat dat betreft een goede staalkaart: de gitaren klinken als amper in te tomen mustangs op de prairie, de opbouw van het nummer legt de pathos gelukkig aan banden en het refrein klinkt als een hartverscheurende, wanhopige smeekbede.
Al sinds solodebuut Heartbreaker weet Adams de gevoelige snaar te raken met het schijnbare gemak dat op deze plaat geëtaleerd wordt op Doomsday. Het resultaat is een anthem-achtige song, genre I and love and you van The Avett Brothers. Je stelt je haast onbeschroomd een stadionversie voor. Elke noot botst vrijwel onmiddellijk op de muren van je kamer, waardoor die dubbel zo hard binnenkomt. De mondharmonica in het slot verscheurt vervolgens wat overgebleven is van je traanklieren en het zilte vocht van je wang houden blijkt een haast onmogelijke opdracht. Ook in minder aanzwellende nummers als To be without you schiet Adams trefzeker raak. De inmiddels drieënveertigjarige singer-songwriter deelt zijn blutsen en builen uit ter lering, toont met een mengeling van trots en schroom zijn eigen littekens en werpt zijn hobbelig parcours aan je voeten.
Ryan Adams is de Springsteen die nooit het origineel zal worden omdat zelfs de enige echte Boss intussen veranderd is. De idolatrie van Adams is ondertussen gelukkig minder krampachtig, en na zo’n twintig jaar musiceren heeft hij wel degelijk recht op zijn eigen plaats in het muzikale pantheon. Soms klinkt hij als een ingetogen versie van The Boss (Outbound train), al kan hij steeds beter met eigen middelen z’n mannetje staan. Broken anyway is daar een mooi voorbeeld van. Het is de onuitputtelijke bron van troost die muziek hoort te zijn. Of hoe Ryan Adams zich opwerpt als dé ludduvuddu-specialist van zijn generatie.

Deze recensie kan je ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:

Klik op oranje tekst om de links te volgen en blauwe links voor de mp3's.